
Naar verwachting kunnen hierdoor jaarlijks 2.000 tot 3.000 meer WIA-claimbeoordelingen worden uitgevoerd.
Het doel is hierdoor verzekeringsartsen capaciteit vrij te spelen die vervolgens kan worden ingezet om de wachttijden in het kader van de WIA-beoordelingen weg te werken.
Theoretische schatting wordt achterwege gelaten
Wanneer werknemers langdurig arbeidsongeschikt raken, kunnen zij aanspraak maken op een WIA-uitkering. De mate van arbeidsongeschiktheid bepaalt of iemand recht heeft op een uitkering en zo ja, hoe hoog deze moet zijn.
Volgens de normale regels wordt bij werknemers die nog inkomsten uit arbeid hebben zowel een praktische (op basis van feitelijke inkomsten) als een theoretische beoordeling (een schatting van wat de werknemer in theorie nog kan verdienen) uitgevoerd. Vervolgens bepaalt de beoordeling met de laagste mate van arbeidsongeschiktheid, het wel of niet toekennen van een WIA-uitkering. Met de maatregel Praktisch beoordelen wordt de theoretische schatting, wanneer een praktische beoordeling mogelijk is, achterwege gelaten.
Eigen arbeid
De verzekeringsarts bekijkt wel of iemand arbeidsongeschikt is voor de eigen arbeid. Vervolgens bekijkt hij of het werk dat iemand momenteel feitelijk verricht passend is. De claimbeoordeling wordt bij Praktisch Beoordelen dus vanuit een ander perspectief benaderd. Startpunt is dus het werk dat wordt verricht en niet de belastbaarheid van cliënt. Om in aanmerking te komen voor een praktische schatting gelden de volgende voorwaarden:
- De werknemer verricht feitelijk werkzaamheden;
- De werkzaamheden zijn passend bij krachten en bekwaamheden;
- Het werk is algemeen geaccepteerde arbeid;
- Het inkomen is representatief voor de resterende verdiencapaciteit;
- Er is sprake van een voldoende bepaalbaar inkomen.
De arbeidsdeskundige beoordeelt of aan alle criteria wordt voldaan. De arbeidsdeskundige stelt vervolgens een gedetailleerde beschrijving op van de verrichte werkzaamheden. Deze beschrijving bevat de aard, omvang, taken, belasting en het inkomen. De arbeidsdeskundige legt de in kaart gebrachte werkzaamheden voor aan de verzekeringsarts. Hij stelt hierbij de gerichte vraag of er beperkingen bestaan die de belasting in de beschreven werkzaamheden overschrijden. De verzekeringsarts beoordeelt of cliënt belastbaar is voor het werk dat wordt verricht en niet langer in welke mate cliënt belastbaar is voor arbeid in algemene zin. De volledige belastbaarheid hoeft daardoor niet in kaart te worden gebracht en er wordt geen FML opgesteld.
In de praktijk zoals die was tot 1 juli 2024 was het al zo dat in 90% van de gevallen een praktische beoordeling een lagere mate van arbeidsongeschiktheid oplevert.
Dit betekent dat uitgaande van de versnellingsmaatregel praktische schatting zoals die per 1 juli 2024 is ingegaan ongeveer 10% van de werknemers een hogere uitkering ontvangt of wel een WIA-uitkering terwijl dat anders niet het geval zou zijn geweest.
De nieuwe werkwijze geldt voor:
- een WIA-claimbeoordeling,
- een WIA-herbeoordeling,
- de beoordeling van herleving van een beëindigd WIA-recht en
- de beoordeling van het later ontstaan van een WIA-recht.
Overige arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen, zoals de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling, vallen buiten de maatregel. UWV zal het effect van de maatregel Praktisch beoordelen periodiek monitoren.
Procedure
UWV bekijkt de WIA-aanvraag en de documenten die daarbij horen. Vervolgens belt de arbeidsdeskundige met de (ex-)werknemer en de werkgever om te bespreken hoe de beoordeling verloopt. De arbeidsdeskundige onderzoekt samen met de verzekeringsarts of het werk dat iemand nu doet, past bij wat iemand kan. Als het werk past stelt de arbeidsdeskundige het arbeidsongeschiktheidspercentage vast. Met deze informatie bepaalt UWV de hoogte van de WIA-uitkering.
Zie voor meer info de handreiking praktisch beoordelen van UWV