Meer dan 57 procent van de mensen die met ontslag worden bedreigd zijn ouder dan 55 jaar en de VU heeft ‘niet aannemelijk kunnen maken dat zij heeft gezocht naar middelen die minder discriminerend zijn naar leeftijd’, aldus het College.
Het anciënniteitsbeginsel (de werknemer met het kortste dienstverband komt als eerste voor ontslag in aanmerking) is alweer enige jaren geleden vervangen door het afspiegelingsbeginsel. Met de verplichte toepassing van het afspiegelingsbeginsel wordt voorkomen dat steeds de laatst binnengekomen werknemers als eerste voor ontslag in aanmerking komen. Dat komt een gezonde leeftijdsopbouw binnen ondernemingen ten goede.
Ontslagvolgorde per leeftijdsgroep
Het afspiegelingsbeginsel houdt kort gezegd in dat een indeling naar leeftijdsgroepen wordt gemaakt en dat vervolgens binnen die leeftijdsgroepen de ontslagvolgorde wordt bepaald. Indeling vindt plaats per categorie uitwisselbare functies op het niveau van de bedrijfsvestiging. Een functie is uitwisselbaar met een andere functie, indien (artikel 13 Ontslagregeling):
1. de functies vergelijkbaar zijn voor zover het betreft de inhoud van de functie, de voor de functie vereiste kennis, vaardigheden en competenties, en de tijdelijke of structurele aard van de functie; en
2. het niveau van de functie en de bij de functie behorende beloning gelijkwaardig zijn.
Het personeel van de categorie uitwisselbare functies wordt ingedeeld in vijf leeftijdsgroepen, te weten:
van 15 tot 25 jaar;
van 25 tot 35 jaar;
van 35 tot 45 jaar;
van 45 tot 55 jaar;
van 55 jaar tot AOW-leeftijd.
Uitzonderingen
De verdeling van de ontslagen over de leeftijdsgroepen moet zo plaatsvinden dat de leeftijdsopbouw binnen de categorie uitwisselbare functies vóór en ná de inkrimping verhoudingsgewijs zo veel mogelijk gelijk blijft. Vervolgens wordt binnen elke leeftijdsgroep de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag voorgedragen. Het komt dus in feite neer op toepassing van het vroegere anciënniteitbeginsel (last in first out) per leeftijdscategorie.
Het afspiegelingsbeginsel hoeft in de volgende gevallen niet gebruikt te worden:
- Bij sluiting van het bedrijf/bedrijfsvestiging.
- Wanneer een unieke functie komt te vervallen (dat is een functie die slechts door één werknemer wordt ingevuld).
- Wanneer een categorie uitwisselbare functies in zijn geheel komt te vervallen.